dinsdag 4 mei 2021

Misleid door de slang



Elsevier, 12 mei 2001

CRIMINELE MENSENSMOKKELAARS BELOOFDEN CHINESE GELUKZOEKERS GOUDEN BERGEN IN HET STRAATARME SERVIË

Na de dood van 58 illegalen in Dover voedde Brussel paniekverhalen. ‘Honderdduizenden’ Chinezen zouden vanuit Belgrado West-Europa ‘overspoelen’. Onzin. Maar de gelukzoekers zijn de Balkan wel beu. De handel in wasknijpers en mobieltjes levert niets op. ‘Veel Chinezen kiezen voor Nederland.’

ABE DE VRIES in Belgrado

Hong Hua is een teleurgestelde infanterist van het mondiale handelskapitalisme. De 37-jarige Chinese immigrant in Belgrado heeft een 'zaak', dat wil zeggen een krap bemeten uitspanninkje, volgestouwd met kaarsen, paraplu's, kunstbloemen, gloeilampen en kinderspeelgoed. Zijn werkterrein is Blok 70, een vervallen gebouw in het noorden van de stad, onderdak voor meer dan 350 winkeltjes van Chinezen. Allemaal slijten ze dezelfde driestuiverprullen van de Chinese consumentenindustrie.

'In Sjanghai hoorde ik vrienden praten over de snelle ontwikkeling van Oost-Europa,' zegt Hong Hua. 'Ik dacht meteen: dit is mijn kans.' Maar zijn vierjarig geploeter aan de rafelrand van Europa heeft hem niet de gunst van vrouwe Fortuna gebracht. 'Achteraf had ik beter naar het Westen kunnen gaan.’

Alle deugden die nodig zijn om te slagen in een vrijemarkteconomie bezit hij. Ondernemend, inventief, opofferingsgezind en hardwerkend is Hong Hua. Een Armani-pak, het uniform van de rijke maffiosi in Belgrado, is voor hem niet weggelegd: hij draagt nog altijd het van thuis meegenomen kloffie. Versleten ribbroek, grijs jasje, gymschoenen. Verlegen en constant beleefd glimlachend draalt hij rond in zijn winkeltje van vier bij drie meter. Hij is hard voor zichzelf, zoals veel Chinese emigranten. Zijn vrouw ging mee op reis, maar zijn twee kinderen, nu vier en vijfjaar oud, liet hij bij z'n grootouders achter. De afgelopen twee jaar zag hij ze twee keer. Permanent terug naar China kan hij niet, hij heeft te veel geïnvesteerd. Blok 70 houdt hem gevangen. 'In de toekomst hoop ik andere landen te zien. Zodra ik een visum krijg.'

YUGOOTJES

In het Belgradose 'Chinatown' detoneren de grijze gelegenheidskostuums van de doorlopend mobiel telefonerende Chinese handelaren nogal met de glanzende trainingspakken van de immer rokende Servische clientèle. Verkopers slepen af en aan met grote dozen met Chinees opschrift. Buiten worden kleine Yugootjes volgeladen met tassen. De kinesi, zoals Chinezen worden genoemd, spreken nauwelijks Servisch. De prijzen noemen, dat lukt nog net. Hier winkelruimte huren kost 1600 gulden per maand voor een oppervlak van 18 vierkante meter. Weinigen kunnen de huur gemakkelijk opbrengen, want door gebrek aan variatie in de goedkope waar concurreren de Chinezen in Blok 70 elkaar kapot.

In het gebouw patrouilleert een particuliere beveiligingsdienst die roofovervallers moet afschrikken. Ook zijn de handelaren beducht voor de politie, die de verblijfsvergunningen controleert en er afpersingspraktijken op nahoudt. Onder Milosevic kregen de Chinezen grif een vergunning voor een, twee of drie jaar, maar nu de voormalige oppositie een restrictiever beleid voert, zijn ze al in hun sas met drie maanden.

Het verhaal van handelaar Zhao Ming (30) is dat van de meeste Chinese emigranten. Hij werkte in het zuidoosten van China in een machinefabriek, raakte z'n baan kwijt en opende een winkeltje. Hoewel hij het leven in zijn geboorteland 'niet eens echt moeilijk' vond, wilde hij toch weg. 'Als tiener dacht ik al aan het buitenland.' Een paspoort en een visum voor Joegoslavië kostten 4500 gulden. Dat heeft hij nog niet terugverdiend. Zhao Ming, even in Blok 70 om inkopen te doen, beproeft nu zijn geluk in Sremska Mitrovica, in de noordelijke provincie Vojvodina. Daar gaat het iets beter dan in Belgrado, houdt hij zichzelf voor. 'Waarschijnlijk omdat ik in Sremska Mitrovica de enige Chinees ben.’

Het aantal Chinezen in Servië is een raadselachtige kwestie. Afgaand op berichten in de westerse pers herbergt het land veertigduizend, honderdduizend, misschien zelfs tweehonderdduizend Chinezen, die allemaal staan te popelen om langs slinkse wegen Nederland en de andere Europese welvaartsstaten binnen te komen. Milosevic liet hen overkomen, als doortrapte wraak voor de NAVO-bombardementen. Zijn regime wilde met dit enorme leger potentiële arbeidsmigranten het Westen 'destabiliseren'. Zo heette het althans sinds de zomer van vorig jaar na het incident met de gestikte Chinezen in Dover, aangetroffen tussen een partij tomaten in de oplegger van de Nederlandse vrachtwagenchauffeur Perry W. In maart van dit jaar liet de Europese Unie een intern rapport rondgaan waarin werd gerept van tweehonderdduizend Chinezen in Servië.

Uit inspectie ter plekke blijkt weinig reden voor het gebeier van de Brusselse klokkenluiders. De grootste groep Chinezen – zo'n 1500 - werkt in Blok 70. Ze hebben appartementen in enkele grote flatblokken aan de Boulevard Joeri Gagarin, de enige plaats in Belgrado waar Chinezen wonen. Inclusief vrouwen, kinderen en 'zwervende' kooplieden, die het land door trekken, gaat het om niet meer dan vijfduizend mensen. Een tweede groep, ongeveer driehonderd Chinezen, staat op de grote openluchtmarkt van Pancevo, een stadje ten noorden van Belgrado. Een aantal van hen woont in de hoofdstad en rijdt heen en weer, anderen huren een kamer in Pancevo. Verder zijn er enkele kleinere Chinese 'kolonies' in provinciesteden als Krusevac en Leskovac. Heel Servië telt maximaal achtduizend Chinezen.'

GELE GEVAAR

Het lijkt erop dat de EU zich op sleeptouw heeft laten nemen door de voormalige oppositie tegen Milosevic. Al in 1999 begonnen zijn tegenstanders het 'gele gevaar' te overdrijven. Na de NAVO-bombardementen verspreidde de Democratische Partij van de huidige premier Zoran Djindjic geruchten dat de Chinezen een Joegoslavisch identiteitsbewijs kregen, 'wat zelfs onze Servische vluchtelingen uit Kroatië en Bosnië niet lukt'. Maar bewijzen waren er niet en menig journalist beet zijn tanden stuk op het verhaal. Uit dezelfde hoge hoed kwamen de grote aantallen Chinese immigranten: de oppositie probeerde angst te kweken in de hoop dat die zich tegen Milosevic zou keren.

De meeste Chinezen in Joegoslavië willen wel naar West-Europa, desnoods illegaal. De tragedie in Dover laat zien welke risico's worden genomen. 'Ik snap nog steeds niet hoe ze het durven. Op weg naar het Westen raakt nogal eens iemand zoek,' zegt de 26-jarige Servische Ankica Barbulov. Haar studie Chinees heeft ze nog niet afgerond, omdat ze de afgelopen twee jaar fulltime werkte als fanyi, tolk. Barbulov vermoedt dat een veelvoud van Servië's achtduizend Chinezen Belgrado heeft gebruikt als tussenstop op weg naar het Westen.

De meeste Chinezen - laag opgeleid, afkomstig van het platteland - weten niet wat ze in Servië te wachten staat. Ze geloven dat de Serviërs zwemmen in het geld, maar al snel ontdekken ze het bedrog van de 'slangenkoppen', de criminelen die de mensensmokkel organiseren. 'Ze zijn veel te trots om toe te geven dat hun project is mislukt,' denkt tolk Barbulov. 'Die koppigheid gaat heel ver. Sommigen lenen hier geld om er thuis mee te kunnen showen.'

SPOOKFIRMA'S

Ook steden als Moskou en Boedapest hebben grote Chinese gemeenschappen van emigranten. De Amerikaanse overheid schat dat elk jaar ongeveer honderdduizend Chinezen hun land verlaten, niet vanwege politieke onderdrukking, maar voornamelijk uit economische motieven. De meesten zijn afkomstig uit de provincies Fujian en Zehjiang in het zuidoosten, een regio waar ondanks buitenlandse investeringen het einde van een lange traditie van emigratie nog niet in zicht is.

Een deel vertrekt legaal op een toeristenvisum, anderen maken tegen betaling van tienduizenden guldens gebruik van spookfirma's en boekingsbureaus van maffianetwerken. De achterblijvers profiteren van de avontuurlijke landverhuizers: banken in beide provincies krijgen jaarlijks honderden miljoenen dollars gestort uit het buitenland.

Predrag Simic, ooit werkzaam voor voormalig oppositieleider Vuk Draskovic, is opgeklommen tot buitenlandadviseur van de nieuwe Joegoslavische president Vojislav Kostunica. Zijn werkkamertje in het hoofdkwartier van Draskovic' Servische Vernieuwingsbeweging heeft hij verruild voor een groot kantoor met secretaresse in een pompeus ministeriecomplex. Simic waardeert de kleine Chinese minderheid. 'De Chinezen -geen geschoolde arbeiders maar wel harde werkers - brengen adrenaline in de Servische samenleving. Concurrentie van Chinese kooplieden kan voor veel lokale gemeenschappen een oppepper zijn.'

Vermoedelijk was hun komst na de NAVO-acties onderdeel van een pakket afspraken met Peking waartoe ook een monsterkrediet van 800 miljoen gulden hoorde. Daarmee kon Milosevic de dinar een halfjaar stabiel houden, elektriciteit importeren en reparaties aan de vernielde infrastructuur financieren. De speciale relatie met China stamde uit 1997, toen bij een staatsbezoek aan Peking vooral de gestaalde marxiste Mira Markovic, de First Lady van Joegoslavië, zich gecharmeerd toonde van het Chinese communisme.

Onder druk van het Westen bekoelt de liefde nu. Inmiddels is een nieuwe Servisch-Chinese associatie opgericht ‘om de relaties te normaliseren’. Kostunica heeft een nieuwe ambassadeur in Peking aangewezen en ook de rest van het kwistig met visa strooiende Joegoslavische ambassadepersoneel is vervangen. Met China zal een overeenkomst voor repatriëring van een aantal immigranten worden getekend. 'Het nieuwe Servië wil met China bevriend blijven, maar zonder de ideologische rimram,' zegt Simic.

De verhouding verandert, de Chinese drang tot levensverbetering in het Westen niet. Alleen de eerste groep immigranten uit China doet het goed, zegt Ankica Barbulov, de tolk. 'Ze gokken in casino' s. Chinezen zijn gelukszoekers, dat zit diep in hun cultuur.' Een van de Chinese criminelen die het Dovertransport organiseerden, was een graag geziene gast in het Belgradose gokcircuit en had goede connecties met de Servische maffia.

BIJENKORF

Op de grote markt van Pancevo, de buvljak, is van de beloofde gouden bergen geen spoor te bekennen. Een paar duizend marktkramen van ongeschaafd vurenhout en golfplaten staan tussen de stad en de metrolijn naar Belgrado op een modderige strook land. Duizenden Serviërs wurmen zich door deze multi-etnische bijenkorf van de Balkan. De een lonkt naar een paar gympies van 20 gulden, nep-Nikes in de aanbieding bij een besnorde Hongaar, de ander onderhandelt met een Roemeen over het dubbeltje dat die voor een zakje wasknijpers durft te vragen.

Aan de zuidrand ligt de Chinese 'wijk': driehonderd daadkrachtige entrepreneurs die morren over de lage verdiensten. Zoals Zhenzhi Hui, een jonge vrouw van 25 die net moeder is geworden. Pas vier maanden is ze in Servië. Ze verkoopt plastic kalasjnikov-geweren, wasknijpers, mobieltjes, badmintonrackets, wattenstaafjes, zijden sjaals, babykleren, zaklampen, scheermesjes en pingpongbatjes. 'Natuurlijk denken we aan de rest van Europa. Maar het is moeilijk. We hebben gehoord dat steeds meer Chinezen kiezen voor Nederland.'

Het grootste probleem, zegt de 42-jarige Zhu Tou, is de verblijfsvergunning die van de politie moet komen. Verlenging stuit op bezwaren. 'Zelfs als je ze geld geeft, willen ze het niet meer doen,' roept hij. 'Deze staat houdt niet meer van ons.' Chinezen die op straat lopen, worden vaak aangehouden. Agenten komen elke dag op de markt. Van Chinezen die een vergunning hebben, willen ze 20 gulden; wie niets kan laten zien, moet 120 gulden betalen. 'Ik wacht nog even af. Misschien ga ik naar Italië, of Spanje.'

Aan een ketting om zijn nek draagt Zhu Tou een steen van jade. 'Voor good luck. Maar ik verdien geen geld. Ik heb geen geluk.'








 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten