donderdag 16 februari 2023

Meertalige gedichten: ideologie tegen het Friestalige vers

 Operaesje Fers versus de nieuwste poëzie in Fryslân




                                                            ‘Hoor je hoe het klinkt, m’n zoon?’

                                                             Zo spreekt de koning op z’n zottetroon.


Preston Losack, een Amerikaan uit Texas, leeftijd onbekend, beloofde een decennium geleden nog monnik in een rooms-katholiek klooster te zullen worden. Hij is alweer een jaar of drie een opvallend vogelvrije verschijning in het Fries-provinciale letterland. Zijn Nederlandstalige onzin-klankgedicht ‘Zottetroon’ werd niet zo lang geleden door Joël Hut knap in het Fries vertaald, en Eppie Dam doopte het Engelstalige ‘To dry feet’ in het Fries ‘Om drûge fuotten’.

Nu brengt het algemeen-culturele tijdschrift De Moanne, uitgegeven door de Afûk, zelfs een heel katern met gedichten die zijn geïnspireerd op enkele ‘meertalige gedichten’ en het ‘fluïde taalgebruik’ van Losack. Al met al tijd voor een nadere kennismaking met de aanstichter.

Na het prachtige, in het juli-2021 nummer van het magazine Letter en op de website van Leeuwarden City of Literature gepubliceerde ‘omgekeerde-Brodsky’ gedicht ‘To dry feet’ is wel duidelijk dat Losack een gaaf gedicht in zijn moedertaal, het Amerikaans-Engels, kan schrijven. Inmiddels zijn er echter ook enkele verzen of teksten van zijn hand verschenen waarin verschillende talen, het Engels, Nederlands en Fries, door elkaar worden gebruikt. Het literatuurtheoretische en tegelijkertijd politiek-ideologische aspect van die ‘meertalige gedichten’ past blijkbaar goed bij de UNESCO-organisatie City of Literature, die deze teksten uitdraagt als voorbeelden van actuele, eigentijdse poëzie in Fryslân.

Wat beweren die gedichten van Losack dan precies? Dat is nog niet zo gemakkelijk te zeggen. Laten we eerst vragen waarom (en waartoe) ze worden gewaardeerd. In Tresoar werd op 26 januari van dit jaar het online zetten van Operaesje Fers gevierd met voordrachten van verschillende dichters die behoren, zo werd gesteld, tot de (gesubsidieerde) ‘dichterscollectieven Rixt en Dichter Bij Leeuwarden’. Inclusief Losack, die volgens meedoenerlijsten echter niet bij een van die collectieven is aangesloten. De happening werd aan ons werelddeel gepresenteerd met een duidelijke rode draad. De aankondiging van Tresoar beloofde voordrachten van ‘gedichten (..) dy’t passe by de sfear dy’t de oprjochters van Operaesje Fers foar eagen hiene: poëzy op fernijende wize ûnder de minsken bringe’.1

De ‘vernieuwende wijze’ waarop poëzie naar voren wordt gebracht was wat Operaesje Fers betreft zowel een vorm- als een sociaal experiment. Rond 1970 bracht een groep Friestalige dichters per telefoon poëzie ten gehore die een nieuwe, maar ook een zo breed mogelijke bevolkingsgroep voor Friestalige poëzie moest interesseren. De gedichten die de dichterstelefoon tentoonspreidde, maken gezamenlijk de artistieke en democratische raison d’être van het experiment uit. Ze laten een grote verscheidenheid aan stijlen, literaire tradities en aangesneden thema’s zien. Maar ze hebben allemaal gemeen dat ze Friestalige kunstuitingen zijn, wier eigenheid en uniciteit nauw verbonden is met de klanken en betekenissen (het historisch-sociale referentiesysteem) van het Fries.

Hoe pasten de voordrachten van Ilse Vos, Marije de Lange en Preston Losack eigenlijk bij dat plaatje: ‘de sfear dy’t de oprjochters van Operaesje Fers foar eagen hiene (..)’?

De Friestalige Ilse Vos, die onder meer in opdracht van de Provinsje Fryslân een gedicht schreef om terugkerende Nederlandse olympische sporters welkom thuis te heten, noemt zich liever ‘woordkunstenaar’ dan dichter. Een zelfportret op de website van Dichter Bij Leeuwarden: ‘Schrijven is de wortel van het web dat mijn passies met elkaar verbindt. Woorden zijn dragers van betekenis. Graag speel ik met deze betekenissen, en onderwijs ik anderen hetzelfde te doen. Vervormen van realistische dagelijkse zaken tot een nieuw abstract metaforisch beeld vind ik de leukste uitdaging.’

De Nederlandstalige Marije de Lange, zelfportret op de website van Dichter Bij Leeuwarden: ‘Verhalen en woorden geven mij moed, een ander perspectief, ruimte, begrip. Laat mij jou een kleine ontsnapping geven met mijn verhalen. Zodat je weer onbegrensd kunt dromen, net als toen.’

De meartalige Preston Losack, op zijn eigen website prestonlosack.medium.com: ‘I write a lot of formal poetry, and I’m dabbling in short stories. Every now and then, that philosophy background gurgles up a rant. Medium.com is a place for me not only to do all of that, but I also want to interact with other artists. I want to receive criticism from the literary community here and help others with what I’ve learned.’

Een sympathiek allegaartje, deze UNESCO-dichters die de afgelopen jaren volop waardering krijgen van niet alleen City of Literature, maar ook van de provincie, Afûk, Tresoar, OpenUp Live, Explore the North en wat heb je. Maar zó interessant lijken hun visies op poëzie toch ook weer niet? In ieder geval denken alle drie die afdeling wel met wat clichés af te kunnen doen. De een wil spelen met betekenissen, de ander vooral onbegrensd dromen, en de derde wenst student en leraar tegelijk te zijn. In 2022 nodigden de Leeuwarder Courant en De Moanne zes ‘nieuwe schrijvers’ uit om zich te buigen over het thema ‘de kloof’, onder wie wederom Preston Losack. Zijn ‘spoken word-tekst’ is te beluisteren en bezien op YouTube. Hoe leest dat nu, zo’n drietalige tekst? ‘Lig maar even’:


Ik haw de oarsprong fan alle gedichten moete,

belang, geluid, en duisternis en zand op druiven.

He is in the flies, the pollen, the ljeppenpiep and

call, met zijn gezicht vast op in ferrekter treaun.


Poems are made of the same stuff as

Old Polaroids – the ones met haar lach

toen het momenteel zo mooi was,

gevangen in beeld and forgotten in the leaves

of an old agenda tussen de reiskaartjes.


Take the moment – forget it all. All of it.

And loafe. Hoe lang? Lang genoeg. En it

Is genôch – whether an era or a few civilizations

long – to feel the press of its thighs and

the soiled salinity of its teaken musk.


Origin, meet reader – kinne jimme inoar?

Do you share its bee-hum pulse, while the foreplay

of grasbladen kietelt ’tween your toes? It

smells of cowshit with its crooked little smile,

Each broken or missing tooth met z’n eigen verhaal.


Precious, precocious little mama, all cute and

freckled, lig even op aarde naast me. Hou

graag m’n hand vast, verwarmd tot de punt

where the sweat of my hand borne of the sweat

of your hand feeds the hayfeverish hynsterblommen.


Let the mites and lieveheersbeestjes kriebel a jig

on the follicles left after his morning’s shave

voor ze omspringen naar een lam of fûgelsfear of

in grêf fan calcite and noisemaker junk, if but

a moment. Eén dag en één nacht, faaks foar altiid.


Muse – meisje whose hair fans air atop een fiets,

would that the whole of my life be with you

so well wasted, as der tiid genôch is.

Is er tijd genoeg?


Heb je tijd?

40 uren per week

ongeveer, bijvoorbeeld?

Sorry voor het storen, maar

Do you have the time?

How about next August then?

Kwart voor elf.

Tussen de andere afspraken?

Heb je dan tijd?2


Met die drie talen heeft een beetje scholier niet veel moeite, zo merkt u al meteen bij het lezen. Het in het Nederlands geschoolde, in het Fries opgegroeide en onder het Engels bedolven brein legt snel de connecties en volgt moeiteloos het ritme. Maar is de ervaring van taalbeheersing voldoende om ons warm te maken voor een drietalige tekst? Gaat het hier eigenlijk wel om een gedicht? Dat hangt ervan af wat je onder een gedicht verstaat. Volgens Wikipedia is een gedicht ‘(..) een (literaire) geschreven, gesproken of gezongen tekst, die met klank, ritme of beelden een esthetisch of ander effect beoogt (..)’. Maar dat kan allemaal ook wel in een prozatekst. En zo leest Losack ook voor: als een spraakwaterval, alsof hij een prozatekst leest. ‘Lig maar even’ afficheert zich dan ook als een sterk ritmische, op indrukken en contrasten gerichte spoken word-tekst.

Oxford Languages geeft deze, wat mij betreft betere defintie van een ‘poem’: ‘a piece of writing in which the expression of feelings and ideas is given intensity by particular attention to diction (sometimes involving rhyme), rhythm, and imagery’. ‘Intensity’: poëzie als idealiter de meest geconcentreerde en betekenisdichtste vorm van taalgebruik. ‘Diction’: niet alleen klank, maar ook de context van klank; de klinkerbuigingen en medeklinkeropvolgingen zijn onlosmakelijk met een (één) taal en een (één) talig referentiesysteem verbonden.

Drietalige teksten zijn erop gericht die eentalige kern van een poëzie te ondergraven. Maar welke winst levert dat precies op? Het heeft iets van kernfusie: je stopt er bergen energie in, en er komt te weinig uit. Dat komt doordat de synthese in zo’n drietalige literaire fusie al snel wordt gefrustreerd door de moeite die het de dichter/schrijver kost om het toevalsaspect in bedwang te houden. De schrijver moet besluiten welke tekstgedeelten hij in welke taal zal stellen; zijn keuzes zal hij extra willen beargumenteren, want hij wil niet graag de indruk wekken zomaar wat te doen. Losacks troefkaart bijvoorbeeld is de Fries-Hollands-Amerikaanse vriendschap. ‘Typisch Friese’ zaken – dingen en begrippen waarmee Friezen zich gemakkelijk identificeren, of waar ze snel een emotie bij voelen - worden in alle drie gebruikte talen weergegeven: ‘ljeppenpiep and / call’, ‘grasbladen’, ‘cowshit’, ‘hayfeverish’, ‘hynsterblommen’, ‘lieveheersbeestjes’.

De achterkant van het gelijk is dat zo’n gedicht de diepte van het eentalige klank- en referentiesysteem moet missen. Het kan die snel eventjes aanduiden, maar veel minder gemakkelijk inhoudelijk en auditief consequent exploreren. Zodoende maakt het niet optimaal gebruik van de akoestiek van één taal. Het heeft meer aandacht voor het ritme van de stok dan voor de klank van de trommel.

Van dergelijke reserves of kanttekeningen is bij het Provinciaal Literair Complex echter niet veel te merken. Nu gun ik iedereen z’n traditie of experiment, en wens ik u allen de ambitie van een vernieuwer toe, maar de kwestie is zo langzamerhand wel deze: hoe het toch kan dat in Fryslân juist in drie talen geschreven gedichten zo veel honneurs ontmoeten? Misschien niet meteen van doorsnee lezers, maar zeker wel van ‘it establishment’, om maar eens een begrip van Tony Feitsma te gebruiken. Een establishment dat dan ook nog de literaire erfenis van Operaesje Fers durft te claimen.

Het kan niet anders of de boosdoener heet: ideologie. City of Literature, de provincie en haar subsidiënten wekken in de werkelijke wereld de indruk dat ze liever Nederlands- en Engelstalige culuuruitingen zien dan Friestalige. En als het echt niet anders kan, dan maar drie dooreen voor de prijs van één.

Dat alles neemt zeker niet weg dat van Losack nog het een en ander te verwachten valt, als hij voortaan tenminste dat drietalige geknutsel achterwege laat. Hij helpt er de poëzie niet mee, en hij helpt er de Friese literatuur niet mee. Het zou bijvoorbeeld de moeite waard zijn als Losack eens gewoon in zijn moedertaal – want Engels kunnen wij inderdaad lezen - in proza, poëzie of spoken word zijn licht liet schijnen over zijn jeugd in Texas, zijn vroeger uiterst conservatief-katholieke overtuigingen (‘a church that allows relativism is a danger’),3 zijn indrukken van Fryslân of Nederland en zijn pogingen ‘to break through the language barrier in business’.

Drietalige kunst in Fryslân, zoals nu wordt gepropageerd, stoelt op een gesubsidieerde, aan politieke voorwaarden verbonden kunstideologie die politiek en bestuur naar de mond praat. Nog afgezien van hun essentiële Friestaligheid: óók zulke literatuur hadden de dichters van Operaesje Fers toch zeker niet voor ogen.

Die dichters kozen, als we de spannende verhalen van de Ouden moeten geloven, nog met hart en ziel voor hun verdrukte minderheidstaal; die timmerden zich aan een lekke schuit een slag in de rondte; die gingen, ‘Tsjoch op!’ zingend, zinderend en sissend tenonder.


Noten

1 https://www.tresoar.nl/nieuws/audioopnames

2 Leeuwarder Courant (30 july 2022) 28.

3 ‘Pope Benedict leaves mark on church in Texas’, Houston Chronicle (11 februari 2013): ‘Preston Losack said he welcomes the revival of core Catholic values. The Dallas native is studying in a Louisiana seminary to serve in the Diocese of Beaumont. ,,I will remember him as the pope that aimed for authentic Christian unification,” Losack said. ,,He believed that a church that allows relativism is a danger. He aims to unite the Catholic Church under a true orthodoxy, have a real understanding of the truth that is the Catholic doctrine`.’

4 opmerkingen:

  1. Interesting thoughts — I invite you to listen to my podcast on poetry!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Thank you, Preston, one of these days I will!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Preston, hi, yes, I liked your analysis of Coleridge's poem - more than the poem itself... the kind of 'wisdom' it communicates is all too familiar, too obvious, and therefore, to me, not very engaging in modern times. This is the problem with much 'idea-poetry', if you ask me: lines to illustrate a message which the poet already had decided to put out there. Exceptions could be made for poetry of that kind which offers something extra in the handling of language, some dazzling wizzardry (is that a word in English?), but Coleridge's poem does not have that ambition. That said, your podcast is absolutely an invitation to also listen to your earlier contributions, thanx!

    BeantwoordenVerwijderen