maandag 19 mei 2014

Ook zo'n zin in een potje windmolenschuiven?

Laten we ons eens inbeelden dat wij lid van Provinciale Staten zijn. Ons zal op 18 juni worden gevraagd: ,,Willen jullie een windoorlog?” En dan moeten wij antwoord geven. Dan mogen wij beslissen of 530,5 megawatt voor Friesland een minimum of een maximum moet zijn. Want je kunt natuurlijk je provincie, even puur theoretisch, óók volzetten met nog veel meer megawatts dan je gedeputeerde aan Den Haag heeft aangeboden. 

Nu zijn wij niet van GroenLinks, geen boer in bezit van een op te schalen windmolen, noch zijn wij sympathisant van milieuorganisaties die de rust van IJsselmeervogels belangrijker vinden dan het welzijn van Friese plattelandsbewoners. Dus – en alléén omdat ons door Den Haag en Gedeputeerde Staten van Fryslân wat dat betreft het mes op de keel wordt gezet – kiezen wij voor de minimale optie, dat wil zeggen: 530,5 is het maximum. Inclusief windmolens in het IJsselmeer (want die worden ook tot die 530,5 gerekend). 

Aldus hebben we zojuist 250 van de 530,5 megawatt gerealiseerd. Dat we eveneens zojuist twee boerenclans uit de Noordoostpolder weer een stukje verder op weg hebben geholpen naar het miljardairschap, het zij zo. 

Vervolgens hebben wij goede nota genomen van diverse uitspraken van het College van Burgemeester en Wethouders van de machtige gemeente Súdwest-Fryslân, dat windmolenplannen in de eigen gemeente wenst te beperken tot drie locaties: Hiddum/Hou, Beabuorren en A7. Dat ze het IJsselmeer willen uitsluiten, is even vette pech voor ze. Wij zijn namelijk niet van plan om die 250 IJsselmeerwatts dan maar uit te smeren over allerlei kleine rommelparkjes met reuzenmolens in de rest van de provincie. 

Hiddum/Hou, Beabuorren en A7 maakt in totaal maximaal 90 megawatt. Zojuist hebben we dus 340 van de 530,5 gerealiseerd. Het is helemaal niet zo moeilijk, ziet u wel, om lid van Provinciale Staten te zijn! 

Laten we nu eens op dezelfde voet verder gaan als het College van B en W van Súdwest-Fryslân en de eigen-pad-schoonvegers van het Comité Hou Friesland Mooi uit Schettens, dat wil zeggen: een regionale verspreiding loslaten op de windmolenplannen die zijn ingediend. Als we dan toch die Achmeatorens niet kunnen tegenhouden, dan moeten we ze inderdaad wel – geografisch – een beetje eerlijk verdelen, daar heeft dat comité met die belachelijke naam dan wel weer gelijk aan. 

Het eerst in beeld komt Heerenveen, immers, onze eigen gedeputeerden hebben die regio in hun coalitieakkoord al aangewezen als voorkeursvestigingsgebied voor windmolens. Bovendien is in dat hele zuiden van onze provincie verder geen plangebied te bekennen. In Heerenveen bestaan plannen, op twee locaties, voor in totaal 35 megawatt. Tussenstand: 375 van de 530,5 megawatt is geregeld. 

Blijven nog over om te verdelen 155,5 megawatt. Nu wordt het wat lastiger. Ons uitgangspunt is tweeërlei: wij willen de landschappelijke schade in Fryslân natuurlijk zoveel mogelijk beperken, en we willen ook de lasten zo eerlijk mogelijk verdelen. Wellicht  is het dan handig om eerst even te kijken naar opschalingsplannen voor reeds bestaande windmolenparken? Want aan die parken zijn we immers inmiddels al een beetje gewend, en als de nieuwe molens daar iets hoger uitvallen dan de oude, nou ja. 

Dan vallen er vier stuks op: het park tussen Herbayum en Midlum aan het Van Harinxmakanaal, het park in de Riedpolder ten oosten van Midlum, het park aan de Slachtedyk ten zuiden van Oosterbierum en het park ten noorden van Dronryp. De opschalingsplannen komen neer op respectievelijk 20,7 megawatt (Harinxma), 15 megawatt (Riedpolder), 42 megawatt (Oosterbierum) en 12 megawatt (Dronryp). De opschaling van bestaande parken levert aldus (maximale optie) 89,7 megawatt op. Dat is een slok op een borrel: nog maar 65,8 megawatt to go

Laat ons even pauzeren als Statenlid, anders denken de mensen nog dat ons werk niets voorstelt. Wij pakken de kaart van onze mooie provincie er nog maar eens bij, en al dromend en mediterend over weilanden en aardappelvelden valt het ons alweer op dat er in de plannen fan Fryslân foar de Wyn zowat geen molentje is ingetekend in het zuiden, het midden en het oosten van onze mooie provincie waar wij in dienst van de héle mooie provincie Statenlid van zijn. Toch geloven wij niet dat het daar niet waait, of dat ze daar vies zijn van geldverdienen met windhandel, of dat de mensen daar nog geen stopcontacten hebben, dus wij vragen ons af of wij hier niet eens een stevig punt van moeten maken bij onze gedeputeerde. 

Maar kijk, daar in het verre oosten, in Achtkarspelen, is in ieder geval één plan: Lauwerswind. Met 60 megawatt in de aanbieding. Verkocht. Blijft over: 5,8 megawatt. 

Nu wonen wij zelf bij de Waddenzeedijk en wij zijn ook de beroerdste niet en moeten ook wat megawattjes bijdragen. Dus wij vragen alle Bilkerts of ze ieder jaar op 18 juni een uurtje op de dijk willen gaan staan met een kleurig feestmolentje in de hand. 

Hans Konst, wij zijn eruit hoor.


.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen