vrijdag 30 mei 2014

De zeven uitgangspunten voor plaatsing van windmolens in Fryslân

Bij de verdeling van de Rijkstaakstelling van 530,5 MW aan windenergie in Fryslân spelen verschillende belangen. Natuurorganisaties willen het liefst zowel het IJsselmeer als de Wadden- en IJsselmeerkust sparen. Landschapsbeschermingsorganisaties en ook een groot deel van de Friese bevolking willen het liefst alle natuurgebieden op land en zoveel mogelijk open landschappen sparen. En bewonersorganisaties willen het liefst geen of zo weinig mogelijk overlast van windmolens. 

Hoe nu die verschillende belangen in een optimaal compromisvoorstel recht te doen? 

Zo’n compromis kan m.i. het best worden gevonden door de volgende zeven uitgangspunten te hanteren: 1) 250 MW in het IJsselmeer, 2) alle plannen langs de IJsselmeer- en Waddenkust weren, 3) plannen weren die zich dichtbij natuurgebieden bevinden; 4) plannen weren die de meeste geluidsoverlast opleveren voor woonkernen, 5) zoveel mogelijk plannen in open landschappen weren, 6) concentratie op opschaling van reeds bestaande clusters, en 7) plaatsing van windturbines langs kanaalzones, snelwegen en spoorlijnen. 

De Friese Milieu Federatie, de Waddenvereniging en de gemeente Súdwest-Fryslân zullen in dat geval hun verzet tegen een beperkte variant van Windpark Fryslân in het IJsselmeer moeten opgeven. Daar staat tegenover dat de Friese kusten en de Afsluitdijk, inclusief de kop van de Afsluitdijk, vrij blijven van windmolens en dat het leeuwendeel van de taakstelling op land zal worden gerealiseerd in harmonie met de visie ‘Geconcentreerde windkracht’ uit 2009 van de natuur- en milieuorganisaties zelf. 

Uitgangspunt 3) betekent voor Provinciale Staten dat zij niet akkoord kan gaan met windpark Kop Afsluitdijk (aan het IJsselmeer), windpark Wynkrêft Fiif (idem), windpark Harlingen Seedyk (aan de Waddenzee), windpark Kûbaard (langs de Slachtedijk), windpark Hege Hearen/LEF-West (bij de Middelzeedijk en It Noarderleech), windpark Wjukslach Ferwert/LEF-Oost (aan de Waddenzee), windpark Kollumerland Provinciedijk (bij het Lauwersmeer) en windpark Kollumerland (bij het Lauwersmeer). 

Uitgangspunt 4) betekent voor Provinciale Staten dat zij niet akkoord kan gaan met windpark Arum, windpark Littenseradiel, windpark Sieswerd, windpark Wommels-Iens en alweer windpark Wynkrêft Fiif, die alle vijf dorpen hebben liggen in hun 40-45 db(A) zone. Tegen al deze plannen pleit overigens ook uitgangspunt 5). Uitgangspunt 5) betekent verder een streep door windpark Wjukslach Blauhûs-Wolsum, windpark Wjukslach Makkumermar, windpark Wjukslach Wjelsryp, windpark Tzummarum-Ried, windpark Hamerenweg, windpark Wjukslach Ferwert/LEF-Midden, Windpark SWED en Windpark Dongeradiel. 

Plaatsingsmogelijkheden bieden dan de uitgangspunten 6) en 7). Bij uitgangspunt 6) gaat het om windpark Beabuorren, windpark Van Harinxma, windpark A31 Harlingen, windpark De Bjirmen en windpark Noorderpolder. Bij uitgangspunt 7) om windpark A7, windpark Froonacker, windpark Achtkarspelen, windpark Burgum/PM-Kanaal, windpark Krom-Haskerdijken, windpark Heerenveen Omrin, windpark Heerenveen IBF, windpark Boarnsterhim (B-lijst) en windpark Leeuwarden A32 (B-lijst). 

Uitgangspunten 6) en 7) leveren maximaal respectievelijk 119,7 MW en 237,5 MW op, tezamen 357,2 MW. Terwijl uit deze voorraad ‘maar’ 280, 5 MW hoeft te worden gekozen, dus dan zijn er nog ruimschoots mogelijkheden om verdere accenten te leggen. 

De meeste politieke schermutselingen over een dergelijk compromisvoorstel zullen gaan over windpark Fryslân in het IJsselmeer en windpark Kop-Afsluitdijk. Aan de kop-Afsluitdijk staat immers al een windmolenpark; de eigenaren daarvan zullen mogelijk voor de rest van de afschrijvingsperiode van hun molens moeten worden uitgekocht. Mocht dat niet wenselijk worden geacht, dan kan windpark Kop Afsluitdijk alsnog doorgang vinden, bij een gelijktijdige verkleining van windpark Fryslân op het IJsselmeer. 

Om uitzicht te bieden op wérkelijk duurzame energie in de toekomst, om de bittere pil van zoveel megamolens in Fryslân te verzachten én om te voorkomen dat er iedere vier jaar weer méér windmolens moeten worden bijgebouwd, verdient het aanbeveling om samen met het Rijk te komen tot de oprichting van een ‘zonnefonds’ voor de ontwikkeling van zonne-energie, aardwarmte-energie en ‘blue energy’ in Fryslân, zoals hier eerder betoogd.


.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen