donderdag 19 juni 2014

Vergeet die CO2-besparing: zelfvoorziening op energiegebied maakt windmolens noodzakelijk

In 2020 wordt slechts 4 procent van de Nederlandse energiebehoefte opgewekt door windenergie

Nederland had vorig jaar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 2709 megawatt aan windmolens (op land en op zee) die elektriciteit produceren. Daarmee werd, theoretisch, 1,9 procent van de totale CO2-emissie in Nederland vermeden. Maar omdat conventionele energiecentrales moeten ‘meedraaien’ met windstroom, én omdat emissierechten worden verkocht aan landen die graag méér CO2 willen uitstoten, valt die 1,9 procent in werkelijkheid nog veel lager uit. 

Conclusie: windenergie kost een berg en helpt het milieu een héééél klein beetje. 

Niettemin hebben de pastelgroene goeroe’s van Nederland vorig jaar besloten dat er in 2020 in totaal 10.400 megawatt aan windenergie moet worden opgewekt in ons land: 6000 op land, 4400 op zee. De kosten van dat bouwprogramma belopen 18, 60 of zelfs 100 miljard euro, al naar gelang wie u wilt geloven. 

De milieueffecten van windenergie leveren in ieder geval geen sterk verhaal op, zo hebben sommige fervente voorstanders van, en belanghebbenden bij, windenergie inmiddels ook in de gaten. Daarom valt tegenwoordig vaak een tweede argument voor windenergie te beluisteren: wij moeten zorgen dat we voor wat betreft onze energieproductie in hoge mate zelfvoorzienend worden. 

Dan wordt het Russische gas er bijgesleept, of de oliecrisis van 1973 – alles om maar aannemelijk te maken dat de wereldeconomie niet bestaat en we terug moeten naar de tijd toen Nederland nog Nederland was en opa nog met vijf gulden per week thuiskwam. Zie onder meer het ingezonden stuk van ene Lieuwe Jensma, patentontwikkelaar van windturbines, in de Leeuwarder Courant van vandaag. 

Het is duidelijk: de windfanaten moeten zich in steeds pijnlijker bochten wringen om hun handeltje ideologisch overeind te houden. 

Even wat feiten, met dank aan het CBS. Hernieuwbare energie (biomassa, windenergie, zonne-energie, bodemenergie, biogas, afvalverbranding, houtverbranding) droeg in 2013 met 4,15 procent bij aan ons totale energieverbruik in Nederland. Volgens het Energie Akkoord moet dat in 2020 14 procent zijn en in 2023 16 procent. 

Elektriciteit beslaat 18 procent van ons totale energieverbruik. Van die 18 procent werd in 2012 12,2 procent opgewekt door hernieuwbare energie. Het aandeel windenergie in de elektriciteitsproductie was 4,9 procent. In het Energie Akkoord moet dat laatste aandeel toenemen tot 20 à 25 procent. Ergo: in 2020 zal eenvijfde deel (20 procent) van eenvijfde deel (18 procent), dus maar liefst 4 (vier) procent, van onze totale energiebehoefte worden opgewekt door 10.500 megawatt windenergie. (Prof.dr. Lukkes houdt het op nog geen 2 procent.)

En dat dan ten koste van miljarden aan subsidiegelden waarmee je ook iets anders had kunnen doen. Plus een ongelooflijke landschapsvernietiging, talloze gezondheidsklachten, psychische problemen en een forse toename van hypothecaire schulden. 

Sorry, Lieuwe Jensma. Leuk geprobeerd, maar windenergie zal nóóit een substantiële bijdrage leveren aan zelfvoorziening op energiegebied. En dat is trouwens maar goed ook. Als zelfvoorziening een criterium was in de economie, zouden wij allemaal in een ommezien zijn veroordeeld tot de bedelstaf.




.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen