zaterdag 7 juni 2014

Manhattanisering of energielandschappen?

Oud-minister Pieter Winsemius heeft het allemaal: hij is pro-windenergie, pro-duurzaam, pro een actief ruimtelijk ordeningsbeleid en pro natuurbescherming. Kortom, de vleesgeworden Mr. Fryslân foar de Wyn. Niet vreemd dus dat hij is aangezocht als voorzitter van een commissie die na de zomer Gedeputeerde Staten van Fryslân moet adviseren over de voorliggende, door Fryslân foar de Wyn verzamelde en ook maar alvast als A- en B-plannen beoordeelde initiatieven om windmolenclusters te bouwen. 

Wie de andere leden van die commissie worden, is nog niet bekend. Zij worden, net als Winsemius, aangezocht door de ‘regiegroep’ van Fryslân foar de Wyn, in casu Hans van der Werf (Friese Milieu Federatie), Johannes Houtsma (Platform Duurzaam Fryslân) en Albert Koers (Stichting Hou Friesland Mooi). Dat zijn vertegenwoordigers van belangenorganisaties zonder democratische basis in Fryslân, die nu echter wel de agenda meebepalen van een belangrijk democratisch vraagstuk: hoe invulling te geven aan de Rijkstaakstelling van 530,5 MW windenergie voor Fryslân in 2020? 

Tot nu toe verloopt de ‘manhattanisering’ van de provincie met overal verspreide plukjes 160 meter hoge megaturbines nog niet geheel en al naar de wensen van de gelovigen in windenergie. De tussenstand is dat in Ferwerderadiel draagvlakritselaar LEF het bijltje er al bij neergegooid heeft, en dat een ‘A-plan’ tussen Arum en Achlum van de baan is omdat er voor de bouwplannen van een plaatselijke boer totaal geen draagvlak blijkt te bestaan. Geen draagvlak is er ook voor Windpark Sieswerd, waar Burgwerd in grote meerderheid tégen is. Hetzelfde geldt voor clusterplannen ten zuiden van het Lauwersmeer, aan de kop-Afsluitdijk, bij Reduzum en op Het Bildt. 

Verder zullen grote natuurorganisaties als It Fryske Gea en de Waddenvereniging zich bijna zeker desnoods juridisch verzetten tegen een reeks initiatieven die te dicht bij hun natuurgebieden staan ingetekend. 

Het maakt de taak voor de commissie-Winsemius er niet makkelijker op. Deze commissie zal moeten werken in een sterk gepolitiseerde omgeving met krachtig bewonersverzet tegen veel initiatieven. Maar zelf ontbeert ze, zoals gezegd, een stevige basis in de Friese samenleving. Controversiële adviezen van zo’n commissie zullen snel aan de kant kunnen worden geschoven door volksvertegenwoordigers, die rekening willen houden met hun kiezers en die amper een autoriteit geboden wordt om zich achter te kunnen verschuilen. 

Voorlopig moeten ze het doen met het prestige van de ‘groene’ houwdegen Winsemius, een linkse VVD’er die al jaren verkondigt dat Nederland een ,,slap beleid” voert op milieugebied. In zijn jonge jaren als milieuminister beschuldigde hij in de Tweede Kamer het Drentse verzet tegen de opslag van radio-actief afval van ,,nimby”-gedrag (1984). ,,Dit terwijl,” schreef Miriam de Rijk in 1995 in de Groene Amsterdammer, ,,de gemeente Gasselte – een van de gemeenten die zich verzetten – nota bene een heel plan had ontwikkeld voor een alternatief energiebeleid, opdat kernenergie en dus de opslag van afval niet nodig zou zijn”. 

Anderzijds heeft Winsemius zich ook ingezet voor een serieus beleid op het terrein van de ruimtelijke ordening – wat dat betreft zal de Friese structuurnota ‘Grutsk op ’e romte’ hem zeker aanspreken. 

Onder de huidige omstandigheden ligt het niet meteen voor de hand dat de commissie-Winsemius zal adviseren om in Fryslân zoveel mogelijk windmolenclusters te bouwen. Eigenlijk is de enige vraag die er werkelijk toe doet deze: moet Fryslân niet terug naar het aanwijzen van drie of vier concentratiegebieden voor windmolens, conform het coalitieakkoord van het provinciebestuur, maar wellicht (deels) in andere gebieden? Er is, maar dit terzijde, nu een precedent in Groningen, waar een van de drie concentratiegebieden door Gedeputeerde Staten is verlegd van Veendam naar Meeden. Of is het toestaan van een beperkt aantal lokale clusteropschalingen in Fryslân, daar waar dit niet op veel verzet stuit, onder alle omstandigheden wenselijk? 

Voorstanders van het ondoorzichtige Fryslân foar de Wyn-traject schermen met de mogelijkheid dat het Rijk de locaties zal aanwijzen voor windenergie in Fryslân, als de provincie zelf niet met een aannemelijk voorstel komt. Het is een dreigement dat niet veel indruk maakt, al was het maar omdat de aanwijsbevoegdheid van het Rijk windmolenparken van 100 MW of meer betreft. Met andere woorden: als Den Haag het moet bepalen, zijn de overal verspreide windmolenclusters zéker van de baan. 

De kans is dan groot dat de drie initieel door het Friese provinciebestuur aangewezen concentratiegebieden – IJsselmeer, kop-Afsluitdijk, Heerenveen – weer opduiken. Ook dat is een omstandigheid waarmee de commissie-Winsemius rekening heeft te houden.


.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen