Russische
propaganda, desinformatie, leugens. Sinds de berichten over een
Russische anti-Clinton socialemediacampagne in de aanloop naar de
Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 staat het fenomeen
‘informatie-oorlog’ hoog op overheidsagenda’s. In de Verenigde
Staten, in West-Europa, zeker ook in Oost-Europa, de Baltische
staten en Oekraïne. Verrassing: Nederland speelt binnen de Europese
Unie een opvallende, tot dusver onderbelichte rol in de Grote
Tegenaanval.
In
maart 2015 gaf de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Bert
Koenders zijn zegen, plus een zak met geld, aan een organisatie die
erop gericht is om ‘onafhankelijke media’ in Russisch-sprekende
gebieden in Oost-Europa en Centraal-Azië te steunen en te trainen.
Deze Russian Language News Exchange (RLNE) is een initiatief van de
Nederlandse ngo Free Press Unlimited (FPU) in Amsterdam en
Oekraïne-lobbyist Maksym Eristavi. Naar eigen zeggen publiceerde RLNE in de
periode 2016-2020 meer dan zevenduizend verhalen, onder de motto’s
‘We’re honest, objective and impartial’ en ‘Everyone’s
voice must be heard’. Maar worden zulke mooie slagzinnen wel in
praktijk gebracht?
Een
pro-atlantisch netwerk
Voor
we verder gaan, eerst even wat ngo-geschiedenis proberen te ontwarren
en bijbehorende namen plaatsen.
RLNE
werkte samen met media uit onder meer Azerbeidzjan, Belarus, Georgië,
Moldavië en Oekraïne. Dat gebeurde onder leiding van Maryia
Sadouskaya-Komlach, een in de Verenigde Staten opgeleide journaliste
uit Belarus, die eerder de European Endowment for Democracy had
geadviseerd over de haalbaarheid van ‘Russian-language media
initiatives’. Sadouskaya-Komlach – tegenwoordig in dienst van
FPU; het is onduidelijk of RLNE nog steeds actief is – is tevens
fellow aan de sterk pro-atlantische en op de Navo geöriënteerde
denktank Centre for European Policy Analysis (CEPA), met vestigingen
in Washington en Warschau. CEPA is ‘dedicated to re-inventing
Atlanticism for a more secure future’ (Facebook-site).
Mede-oprichter
van RLNE, naast FPU, is zoals gezegd de uit Oekraïne afkomstige,
maar in de Verenigde Staten opgeleide journalist en schrijver Maksym
Eristavi. Ooit begonnen als journalist bij het Amerikaanse Radio Free
Europe (in 1949 opgericht door de CIA), was hij onder meer senior
fellow bij The Atlantic Council en volgde hij leiderschapstrainingen
bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. Evenals
Sadouskaya-Komlach is hij fellow bij het CEPA. Ook is hij voorzitter
van Kyiv Pride en mede-oprichter van de Oekraïense internetzender
Hromadske International. Eristavi heeft onder meer voor The
Washington Post, The New Statesman, Politico en Foreign Affairs
geschreven over identiteitspolitiek in Oost-Europa, desinformatie en
Russisch kolonialisme.
Het eerste bericht dat RLNE de wereld instuurde, betrof de schrijnende
armoede van veel gepensioneerden in Georgië. Het stuk wordt door FPU zo samengevat: ‘An elderly Georgian woman told a
journalist that while she could hardly ever afford meat, she
continued to buy Whiskas for her cat.’ Andere berichten van RLNE
gingen over de situatie van lhbti’ers in Rusland en andere
ex-Sovjet-staten, waar deze mensen vaak bar weinig begrip en
tolerantie ontmoeten en regelmatig doelwit zijn van geweld. Een van
de motoren van die verslaggeving was RLNE-medewerkster Svetlana Kozlova, een naar Praag uitgeweken Russische journaliste.
Het
lijkt erop dat RLNE inmiddels op non-actief is gezet, afgaand op haar
disfunctionele internetsite, en is opgegaan in een Praagse ngo met de
naam Free Press Eastern Europe (FPEE). FPEE is opgericht in 2015 door
FPU, samen met het Amerikaanse Press Start (opgericht november 2015)
en het Tsjechische Transitions. De belangrijkste activiteit van FPEE
is het runnen, eveneens sinds 2015, van de Prague Media School (PMS)
voor training van journalisten uit Oost-Europa en Centraal-Azië (en
uit landen van de Europese Unie).
Transitions
bestaat al sinds 1999 en wordt geleid door Jeremy Druker – dezelfde
die leiding geeft aan Press Start, dat in New York gevestigd is.
Stafleden van Transitions werken ook voor Press Start; het lijkt erop
dat Press Start een offshoot is van Transitions en dat de branche in
New York bedoeld is om ook Amerikaanse subsidiegevers te interesseren
voor de vrijepersstrijders uit Praag. Druker geeft les aan
NYT-Prague, Kozlova studeerde er.
Het
vlaggenschip van dit door westerse overheden en stichtingen
gefinancierde media-conglomeraat is de PMS. Anders dan RLNE werkt de
PMS (officieel) niet samen met journalisten uit de voormalige
Sovjet-Unie. Ze staat enkel open voor journalisten uit EU- en
Navo-landen ‘who are interested in learning about collaborative and
investigative journalism techniques’. De geografische beperking
vloeit voort uit het feit dat de school mede wordt bestuiverd door de
EU, onder meer via het Europese ‘Pilot project supporting
investigative journalism and media freedom in the EU’. De eerste
cursusronde van 2022, zowel digitaal als ter plekke in Praag, is in
april gehouden en de tweede volgt in mei.
De
trainers zijn dezelfde mensen die we al tegenkwamen bij RLNE.
Svetlana Kozlova geeft een cursus ‘Cross-border collaborative
journalism’. De site van PMS vermeldt dat Kozlova in dienst is van
RLNE, maar haar LinkedIn-site meldt dat zij sinds januari 2019 werkt
voor FPEE. Een andere trainer, sinds 2016, is Diana Petriashvili,
deputy editor-in-chief van FPEE. Eerder werkte Petriashvili
voor JAMnews, een nieuwsorganisatie in Georgië en partner van RLNE.
Nog
een trainer: Maksym Eristavi, fellow
bij CEPA.
Het
CEPA,
by
the way,
is van plan om op 28 april een ‘Nato Youth Summit’ te houden,
onder het motto ‘Securing our shared interests’. Op 4 februari
dit jaar was er al een dergelijk ‘virtual event’ met als titel
‘Why Ukraine’s succes is in the U.S. national interest’.
Sponsors waren onder meer het American Enterprise Institute, de
American Foreign Policy Council, de Atlantic Council, de Carnegie
Endowment for International Peace en het Center for a New American
Security.
Nato
StratCom COE en ESTF
Het
aldus mede door Nederland en het Amsterdamse FPU geïnitieerde en
aangezwengelde netwerk van ngo’s die zich inspannen voor
persvrijheid en ‘onafhankelijke media’ in Oost-Europa en
Centraal-Azië blijkt institutionele en persoonlijke banden te hebben
met atlanticistische denktanks als CEPA en The Atlantic Council. En dus,
uiteindelijk, ook met de Navo.
Want
ook de Navo houdt zich bezig het analyseren van Russische
informatieverspreiding en het formuleren en verspreiden van eigen
narratieven. Begin 2014 werd daartoe Nato StratCom Center of Excellence opgezet in Riga. Het centrum werd erkend als een
geaccrediteerd Navo-orgaan op 1 september van dat jaar. ‘Since wars
begin in the minds of men, it is in the minds of men that the
defences of peace must be constructed’, gebruikt Nato Stratcom COE
een citaat uit het vocabulaire van Unesco. Het doel is om
strategische communicatiestrategieën te bedenken voor de Navo en
aangesloten landen. Een van de eerste rapporten verscheen al in maart
2015, getiteld ‘Analysis of Russia’s information campaign against Ukraine’. Een informatiepartner is het Oekraïense
ministerie van Informatiepolitiek (MIP).
In
maart 2015 kwam de EC met een vergelijkbaar initiatief, de East StratCom Task Force (ESTF). Die rekent tot zijn taken het
aanwijzen en ontmaskeren van Russische desinformatie, het realiseren
van eigen ‘effective communication’ en het promoten van de EU in
landen van de voormalige Sovjet-Unie. Tot de oprichting werd besloten
tijdens een vergadering van de EC op 19 en 20 maart
2015, vanwege de ‘need to challenge Russia’s ongoing
disinformation campaigns’.
Het
verschil tussen informatie en desinformatie is echter lang niet
altijd zo duidelijk. In 2018 werden bijvoorbeeld enkele artikelen van
GeenStijl, The PostOnline en De Gelderlander bestempeld als Russische
propaganda. Deze media klaagden de Europese Commissie aan wegens smaad. Er
bestaat in westerse democratieën immers ook zoiets als vrijheid van
meningsuiting. De drie eisten rectificatie en verwijdering
van de gesuggereerde verbanden met desinformatie. Inmiddels is de
zaak geschikt, de beschuldigingen zijn weggehaald en de aanklacht is ingetrokken. De NOS
onthulde in februari 2018 dat ESTF voor z’n mediastrijd geen
professionals in dienst had maar gebruikmaakte van (slechts) tien
vrijwilligers.
Denktanks
tegen vrije meningsuiting
Al diverse westerse denktanks hebben geprobeerd de informatie-oorlog van
Navo en EU tegen Russische desinformatie een wat wetenschappelijker
aanzien te geven. Bijvoorbeeld het door de Leidse hoogleraar en
Trouw-columnist Rob de Wijk in 2007 opgerichte The Hague Center for Strategic Studies (HCSS). Dat kwam in december 2017 met een,
overigens in Nederland nauwelijks opgemerkte studie getiteld Inside The Kremlin House of Mirrors. How Liberal Democracies Can Counter Disinformation And Societal Interference. Vier maanden
later publiceerde de Amerikaanse HCSS-partner Rand Corporation, een
denktank gelieerd aan het Pentagon, een vergelijkbare maar meer op
het conflict in Oekraïne toegespitste studie, genaamd Russian Social Media Influence. Understanding Russian Propaganda in Eastern Europe.
Het
HCSS-rapport kwam tot stand in opdracht van de Nederlandse
ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Het opent met het
uitgangspunt: ‘Russia’s disinformation campaigns have targeted
liberal democracies in Europe and North America with the goal to
undermine societal coherence and distort the democratic process’.
En: ‘[d]isinformation activities are part of a broader hybrid
campaign aimed at destabilizing societies (..).’
Westerse
overheden moeten zich daarop bezinnen en concrete maatregelen nemen.
‘This requires a consolidated and comprehensive government wide
effort that involves not only a serious StratCom effort but also a
range of other policies and measures.’ De HCSS-schrijvers aarzelen
niet om minstens drie aanbevelingen te doen die de vrijheid van
meningsuiting en de journalistieke ethiek flink aantasten:
Ten
eerste moeten westerse regeringen streven naar een ‘one voice
policy’ via coördinatie tussen overheden, opdat de vijand geen
gebruik kan maken van ‘inconsistencies’. Zowel overheden als hele maatschappijen ‘should stop tolerating [mijn
cursivering] those who are actively supporting Russian propaganda and
disinformation under the pretext of free speech [idem]’.
Ten
tweede, meer tongue in cheek geformuleerd, kan het soms nodig zijn om
bepaalde nieuwsorganisaties de toegang tot de ‘internal information
space’ te ontzeggen door ze te verbieden of te blokkeren. Hiermee
moet men echter wel voorzichtig zijn, want, alweer, er bestaat zoiets
als persvrijheid. Vaak is het beter om met verspreiders van
desinformatie in discussie te gaan en hun verhalen in het openbaar te
ontkrachten of tegen te spreken. We zien hier enige spanning met de
zero tolerance policy van de eerste aanbeveling.
En,
ten derde, de creatie en verspreiding van tegenpropaganda is soms
gerechtvaardigd. Alleen maar kale feiten verspreiden werkt misschien
niet zo goed als de tegenstander op emoties inspeelt. ‘Offensive
operations can be justified, but when detected or perceived, they can
increase the risk of unintended escalation.’ Zulke operaties kunnen
evenwel ook een positief effect op het conflict hebben, als ze
worden ingezet als afschrikking of als voorzorgsmaatregel die de
tegenstander wapens uit handen neemt.
Het
wetenschappelijke manco van de Haagse studie is dat de
opstellers net doen alsof altijd zonneklaar is wat desinformatie is,
en wat gewoon kritische journalistiek is die het officiële narratief
ter discussie stelt. Informatie wordt slechts utilitair gedefinieerd:
wat goed uitpakt voor ons kan informatie heten, wat slecht uitpaktvoor ons is desinformatie en moet ook als zodanig worden afgeschilderd
en verdacht gemaakt. Dat komt neer op intimidatie en verminking van
de publieke discussie. Het HCSS laat zelfs een opening voor
tegenpropaganda: voor het inbrengen van leugens
in het publieke discours en het bedriegen van de eigen burgerij.
Kritische,
belezen, ontwikkelde burgers zijn lastig. Het HCSS schrijft het
niet met zoveel woorden, maar vindt dat wel degelijk. We moeten een
beter begrip ontwikkelen van de manieren waarop maatschappijen fake
news en desinformatie tot zich nemen, lezen we. En dan: ‘In
particular, attention should be paid to the extent to which parts of
the population are vulnerable to academic research [mijn cursivering] based on disinformation in such domains as
communications, sociology and psychology.’
De
opstellers van de Rand-studie uit 2018 volgen hetzelfde anti-democratische pad. De belangrijkste aanbeveling luidt ‘Higlight and “Block” Russian Propaganda’. Omdat consumenten van desinformatie vaak niet op de hoogte raken van de
soms veel latere ontkrachting ervan, beveelt Rand aan om de consument
al eerder te beïnvloeden, en wel door gebruik te maken van ‘advances
in modern information technology’. Dat gaat van het plaatsen van
waarschuwingen bij posts op sociale media, accountverificatie, het
tijdelijk blokkeren of beëindigen van accounts, het via surfspionage
en algoritme-analyse aanbieden van tegeninformatie, tot automatische
identificatie van ‘toxic and incendiary comments’. Opnieuw is de
vrijheid van meningsuiting het grootste struikelblok.
Een
veiliger aanbeveling van Rand is het geven van ‘media literacy
training’: het scholen van journalisten in het begrijpen en
verkondigen van de ‘juiste’ (lees: de gewenste) en de ‘meest
effectieve’ (lees: met de minste gelegenheid tot tegenspraak)
narratieven. Dan zijn we weer aanbeland waar we dit artikel begonnen:
bij de mede met Nederlandse en Europese steun opgezette ngo’s in
Praag. De core business van op het oog zo aaibare organisaties als
Free Press Unlimited en soortgenoten is het verzorgen van zulke mediatrainingen. Zo ontmoeten de twee
Navo/EU-doelstellingen van persvrijheid dáár en persmanipulatie
híer elkaar.
FPU
over de oorlog in Oekraïne
Het
motto van Free Press United, gevestigd aan de Weesperstraat 3 in
Amsterdam, is:
‘We are making reliable information available to everyone’. Het
geafficheerde
doel
is om burgers
toegang tot informatie te geven, zodat zij geïnformeerd zelfstandig
beslissingen kunnen nemen. FPU
werkt
wereldwijd in veertig landen. Op
het eerste gezicht lijkt FPU niet zo geïnteresseerd in Oekraïne; in
haar zeventien pagina’s tellende Multi Annual Strategic Plan 2018-2022 blijft het bij de vermelding dat ‘countries like Russia
and Ukraine see increased levels of oppression against independent
media’. De twee landen figureren
niet
in het Annual Plan 2022, noch in het Annual Plan 2021.
Niettemin
geeft FPU op haar internetsite een ‘landenrapport’ over Oekraïne,
waarin
het een
situatieschets brengt
van de persvrijheid in dat land. Volgens
FPU is Oekraïne
de
afgelopen tien jaar een ‘regional leader in journalism and press
freedom’ geworden, onder meer dankzij een wet over
media-eigenaarschap, de oprichting van een ‘independent public
broadcaster’ en
de introductie van strikte ‘language quotas for local media’
(i.e. de door
de regering afgekondigde verplichting
om in
75
procent van de zendtijd het Oekraïens in plaats van het Russisch als
voertaal te
gebruiken).
Maar
‘after Russia’s invasion’ van
februari is
de toekomst van onafhankelijke media in
Oekraïne
in gevaar. De
mishandeling en marteling van journalisten in de ‘occupied
territories of Luhansk and Donetsk’ de afgelopen jaren is een
‘indication of what may lie ahead’. FPU verzwijgt de
onderdrukking van de vrije pers, kritische
journalisten
en politieke oppositie door het Zelinsky-regime. Het meldt slechts
dat de Oekraïense
justitie in 2021 ‘revealed
that three leading news channels are being funded by entities linked
to terrorist activities in the Russian-occupied areas of eastern
Ukraine’.
Informatie
uit Rusland is volgens FPU per
definitie onbetrouwbaar
en meestal staatspropaganda. Vandaar de noodzaak om ‘independent
information in the Russian language’ beschikbaar te maken. Als
illustratie gebruikt de
internetpagina een foto van een schone dame in
tanktop met
een perskaart om haar nek en een rode pleister op de
lippen geplakt. Met Oekraïne heeft de foto niets te maken,
want
die
is genomen in Moskou op 23 juni 2019 tijdens protesten tegen de
arrestatie van de Russische journalist Ivan Golunov.
Een
andere internetpagina van FPU staat stil bij de lancering van het
FPU-project
Media Lifeline Ukraine, op 4 maart dit jaar tijdens een ontmoeting
van journalisten en anderen in Amsterdam waarin werd besproken hoe de
vrije pers in Oekraïne kon worden ondersteund. Media Lifeline
Ukraine is ‘a coalition to protect journalists and keep reliable
information available in and around Ukraine’. Giro
7676 werd opengesteld voor bijdragen van het Nederlandse publiek.
Samenwerking
met Reporters Without Borders werd aangekondigd.
Op
25 maart meldde FPU dat de toegang tot informatie van ‘independent media’ over de oorlog in Oekraïne in Rusland in toenemende mate wordt beperkt. Een ‘open debate’ over de oorlog is in Rusland
niet mogelijk en ‘Putin’s popular nationalist argument’
overheerst. Daarom doet FPU nogmaals een dringend beroep op de
Nederlandse regering en andere overheden om onafhankelijke media die
het Russisch gebruiken te ondersteunen. ‘Independent information
provided by journalists in and around Ukraine, including Russia, is
essential to understanding what is happening.’ Verdediging is nodig
tegen ‘the Russian information war’.
Blind
aan één oog
Het
moge inmiddels duidelijk zijn dat volgens FPU en aanverwante
organisaties alleen Rusland desinformatie produceert. Van Oekraïense
desinformatie, persbreidel of terreur tegen journalisten is geen
sprake. Laat staan van westerse desinformatie, dat wil zeggen,
pro-Oekraïense propaganda verspreid door grote westerse
mediaconcerns.
FPU
brengt één narratief over de oorlog, hetzelfde narratief –
conform de door HCSS, Rand, Nato StratCom COE en de East StratCom
Task Force geformuleerde en aanbevolen ‘one voice policy’ – dat
ook door Navo, EU, atlanticistische denktanks en zowat alle westerse
mainstream media wordt verspreid. Met systematische uitsluiting van
het Russische, afwijkende en vaak tegengestelde narratief. Vergelijk
eens het aantal Oekraïense en Russische zegslieden in uw krant.
Zodoende
spreekt FPU, blind aan één oog, in de praktijk het geproclameerde
eigen uitgangspunt tegen: ‘We are making reliable information
available to everyone’. In publicaties van FPU is bijvoorbeeld
niets te vinden over de mediale race om het publiek in Oekraïne en
in het Westen de overtuiging bij te brengen dat het Russische leger
op grote schaal oorlogsmisdaden pleegt. De reële mogelijkheid dat
burgers in dorpen en steden onbedoeld slachtoffer worden van moderne
oorlogsvoering omdat een van de oorlogvoerende partijen zich in zulke
gebieden verschanst wordt niet besproken. De reële mogelijkheid dat
rechtsradicale elementen in het Oekraïense militaire apparaat wraak
nemen op burgers die in hun ogen de Oekraïense zaak niet voldoende
steunen komt ook niet ter tafel.
De
‘fog of war’ bestaat niet: de strijd gaat tussen het ultieme goed
en het ultieme kwaad. Eén narratief is allesbepalend. Chris Hedges,
voormalig bureauchef van The New York Times, heeft in dat verband
gesproken van ‘the collapse of foreign reporting’. De oorzaak is militarisering van de media in het Westen:
de vrije pers schaart zich rond de vlag van eigen land en
bondgenootschap, en ‘vergeet’ de belangrijkste taak van de
journalistiek te vervullen, i.e. het rapporteren over de zoektocht
naar werkelijkheid en waarheid.
Op
2 april werden in het stadje Bucha bij Kiev lijken op straat ontdekt;
een dag later berichtten alle westerse media dat de Russen daar
oorlogsmisdaden hadden gepleegd. Op 8 april viel een Tochka-U raket
(Navo-codenaam SS-21 Scarab) geladen met clustermunitie op het
treinstation van de stad Kramatorsk, met tientallen doden als gevolg.
Een uur later meldde CNN dat het om een Russische aanval ging. Deze
twee voorbeelden zijn exemplarisch. De snelheid en stelligheid
waarmee Oekraïense en westerse media schuldigen aanwijzen, botsen op eisen die normaliter aan betrouwbare en
onafhankelijke journalistiek worden gesteld. Van FPU hoor je er niets
over.
‘One
voice policy’ betekent dat sommige thema’s iedere
dag en andere nooit aan de orde komen. Op 30 maart 2022 publiceerde
de Amerikaanse hoogleraar filosofie Gabriel Rockhill een uitgebreid stuk over omvang en invloed van neo-nazisme in Oekraïne op de
website Liberation. Op 19 april 2022 publiceerde de Amerikaanse
journalist Max Blumenthal een lang exposé op website The Greyzone
over Oekraïense terreur tegen oppositionele politici en journalisten
in het land. Van FPU hoor je er niets over.
Ik
juich het ondersteunen van werkelijk vrije en onafhankelijke media,
waar dan ook, natuurlijk van harte toe. Maar het is betreurenswaardig dat
organisaties als FPU hun taak en opdracht, naar het zich laat
aanzien, volledig uit het oog hebben verloren. Ze hebben zich laten
militariseren. Datzelfde geldt voor de westerse ‘vrije pers’. Dat
de Nederlandse overheid enthousiast meewerkt aan deze alom
waarneembare militarisering van de media is een gevaar voor onze
democratie, getuigt van diep wantrouwen tegen haar burgers en
verdient felle, consistente bestrijding.
.